Oliebollen
Gisteren had ik zin in oliebollen. Dat heb ik vrijwel nooit, maar het is er de tijd voor, net als voor stamppot, natte schoenen en wind tegen op de heen- én terugweg. Straks is het om vier uur donker en heeft iedereen weer haast om thuis te komen.
Mijn favoriete oliebollenkraam staat in Lombok, Utrecht, aan de Kanaalstraat, op het pleintje voor de kerk, tegenover de politiepost, vlakbij de hoek met de JP Coenstraat. Hij wordt gerund door het echtpaar Theunis, Lien en Harry. Tot vorig jaar stonden ze iedere winter met hun kraam in Lombok en reisden ze 's zomers van de ene kermis naar de andere, niet met oliebollen overigens, maar met gokkasten. Vorig jaar heeft Harry die handel verkocht en nu zijn er alleen nog de oliebollen.
Het echtpaar is in de zestig. Lien is een blondine met een vriendelijke, dunne mond. Je kan zien dat ze heel veel kermissen achter de kiezen heeft. Er zitten harde trekken in haar gezicht. Harry is een kleine, wat roodaangelopen man met alleen achterop zijn hoofd haar dat grijs en vet over zijn boord hangt. Lien heeft een kunstgebit en Harry brokkelige, bruine tanden.
Ze wonen in Brabant, in Uden. Iedere dag om een uurtje of tien rijden ze met de Mercedes naar Utrecht. Lien zet koffie en Harry maakt beslag, in een grote teil. Het duurt een uur voor de eerste oliebollen klaar zijn. Het deeg moet rijzen. Tot die tijd is de kraam wel open, maar nog niet in business. Koude oliebollen, van de dag daarvoor, worden niet verkocht. Koude oliebollen worden sowieso niet verkocht. Harry's trots is dat zijn bollen altijd warm zijn, want zo hoort het. Als ze om twaalf uur open gaan, doet Lien de verkoop. Harry blijft bakken. Het echtpaar is al 37 jaar samen. Ze zijn met de gokkasten opgehouden omdat Harry gek werd van de herrie.
Ze zijn dol op hun plek in Utrecht. Ze hebben het niet zo op Brabant, al komen ze er vandaan. Als kermisgasten stonden ze ook liever in het noorden. Hoogeveen. Emmen. Groningen. 'In Brabant komen ze bij je kraam en vragen ze: "zijn ze werm? Zijn ze werm?" Hier in Utrecht zeggen ze "goeiemorgen wijffie". Dat is het verschil. Daar zeggen ze trouwens krentenbollen, en hier oliebollen.' Aldus Lien.

Ze horen erbij in Lombok. Zelfs de buitenlanders eten er al voorzichtig oliebollen, zonder krenten -dat wel. Er kan geen moeder met kind of oude man passeren of Lien maakt een praatje met ze, over het weer, de straat, het leven. 'Alle mensen veranderen, maar niet de mensen van de oliebollenkraam: die blijven altijd maar hetzelfde, dat zei vorige week iemand toen we hier opengingen', verklaart Lien de populariteit van de kraam.
''En de krentenbollen', voegt Harry eraan toe. 'altijd warm.' Hij laat trots de krantenknipsels zien. Vorig jaar de beste kraam van Utrecht.
De handel is nog rustig. Nu het mooie weer voorbij is, gaat het langzaam komen. Harry en Ien maken zich geen zorgen. Hoe eerder het donker wordt, hoe beter. Dan gaan gezellig de lichtjes aan en komen de mensen wel. Nog een maand of wa en op het pleintje achter de kraam worden weer kerstbomen verkocht. Dan gaan de oliebollen vanzelf harder lopen. Een prachtig gezicht is dat. Luister verder
Martin Bril | Volkskrant | 23-10-2001
|