Van oude ambachten, de dingen die voorbijgaan
Loodpletter, assistent pakmeester, rangeerder, garnizoensbakker, sigarensorteerder, strijkster, wisselwachter, kamerbehanger, visverkopersknecht, capsulebewerker, filiaalhoudster in boter, kaas & eieren: voor samenstellers van een Gouden Gids moet Lombok anno 1900 het paradijs op aarde zijn geweest.
In haar doctoraalscriptie beschrijft sociaal geograaf Martine Dokman het ontstaan van een nieuwe wijk, met speciale aandacht voor de beroepen die in de toenmalige nieuwbouwhuizen werden uitgeoefend.
Op de kaart die het omslag van de scriptie siert is het goed te zien: Utrecht heeft begin 1900 de vorm van een hart, met tegen de linkerboezem de nieuwe wijk Lombok als een wigvormig aanhangsel. In die tijd was er in heel Nederland een grote trek van het platteland naar de stad, aldus Martine Dokman. Dat zie je deels terug in de eerste samenstelling van Lombok/Transvaal, de mensen kwamen overal vandaan. Relatief veel van hen verhuisden trouwens binnen een paar jaar terug naar hun geboortestreek.
Een verrassend groot percentage van de nieuwbakken Lombokkers kwam overigens uit Utrecht zelf. Ook niet verwonderlijk, want de woningnood in de stad was op dat moment kolossaal.

Voor een planmatige stadsontwikkeling was het nog te vroeg. Alleen de hoofdwegen (Kanaalstraat, JP Coenstraat en de Groeneweg) lagen vast, de andere straten worden stukje bij beetje ingetekend en volgebouwd. Zo werd Lombok een gemengde wijk, bevolkt door arbeiders van de nabijgelegen fabrieken en door de middenstand. Die laatsten, met schone beroepen als ambtenaar of klerk, woonden vooral aan de Leidsekade en de JP Coenstraat, straten die toen al bekend stonden als het fluwelen randje. Martine Dokman: Dat aan de Leidsekade vooral officieren woonden van de kazernes aan de overkant van de Leidsche Rijn is momenteel een populair verhaal, maar het is niet helemaal waar. Er woonden er wel een paar maar dat waren vooral sergeants. De hoge officieren huisden vooral in Utrecht-Oost en de binnenstad.
Lubro
Via intensief speuren in de archieven heeft Martine Dokman voor alle acht renovatiestraten per huis de beroepen van de eerste bewoners weten te achterhalen. Door de intensieve bewoning in de begintijd ligt het aantal banen per woning gemiddeld ruimschoots boven de 1,5. Met uitschieters naar boven: in 1910 wonen bijvoorbeeld op Daendelsstraat 3 bis maar liefst veertien mensen van wie er elf werken.
Om de geschiedenis van Lombok/Transvaal te verlevendigen heeft Martine Dokman de statistische gegevens aangevuld met verzonnen portretten van de eerste bewoners en levensverhalen van nog levende Utrechters die er zijn geboren en getogen. Dat leverde vooral verhalen op over de oorlog. En bijvoorbeeld ook over de Lubro, de fabriek van Luxe Brood en Banket. Die fungeerde niet alleen als werkgever, maar ze hadden bijvoorbeeld ook een winkeltje waar ze het oude brood goedkoop verkochten. Eén van de mensen die ik interviewde had bovendien nog een oud beschuitzakje, dat ze gekregen had toen er op beschuit met muisjes werd getrakteerd vanwege de geboorte van Beatrix.
Martine Dokman deed haar onderzoek in opdracht van de stichting Festiviteiten Lombok-Transvaal 100 jaar in verband met het naderende eeuwfeest. Het resultaat is te vinden op www.eeuwtransvaal.nl
Meer weten over de historie? Lees verder
Benieuwd naar straatnamen? Lees verder
Movement Chris Bos 07-07-03
|

|
Dat de legertop aan de Leidsekade woonde, klopt niet helemaal.'
|
|